Een disharmonisch IQ: wat nu?!

2 februari 2016

3 Medewerkers van Florion zijn onlangs naar een congres geweest over kinderen met ‘bijzondere breinen’. Zij hebben daar o.a. een interessante lezing gevolgd over disharmonische intelligentieprofielen. Regelmatig blijkt uit intelligentieonderzoek dat er bij een kind sprake is van een (groot) verschil tussen de verbale en de performale vaardigheden. Zo’n disharmonisch intelligentieprofiel komt best vaak voor!

 In een normale populatie heeft namelijk:

  • 15% een verschil van 19 punten
  • 10% een verschil van 22 punten
  • 5% een verschil van 26 punten
  • 1% een verschil van 34 punten

(De Bruijn, et al. 1986, Wechsler Intelligence Scale for Children – Revised, Nederlandse Uitgave: scoring en normen)

Algemeen gesteld is het zo dat, zolang een kind geen (leer)problemen heeft, het hebben van een kloof niet zorgelijk hoeft te zijn. Het is vooral van belang waar de kloof zit en hoe groot deze is. Een kloof van verbaal IQ 90 bij een performaal IQ van 70 is wezenlijk anders dan een kloof van VIQ 130 - PIQ 110. Bij kinderen bij wie zowel het VIQ als het PIQ bovengemiddeld of hoger uitkomen, geeft een groot verschil in vaardigheden doorgaans minder reden tot zorg. Een kind echter met bijv. een VIQ 90 en een PIQ 70 zal hier waarschijnlijk meer problemen van ondervinden. Niet zozeer omdat de performale vaardigheden lager liggen ten opzichte van de verbale vaardigheden, maar omdat ze op een moeilijk lerend niveau liggen, in vergelijking met leeftijdgenoten.

Bij een problematische kloof kan het waardevol zijn ook aan het kind uit te leggen hoe zijn/haar  intelligentie is opgebouwd en wat voor gevolgen dit kan hebben. Bijvoorbeeld aan de hand van de schoenmaat:
“De meeste kinderen bij jou in de klas hebben schoenmaat 33-35, dit is te vergelijken met een intelligentie van 90-110. Bij jou is het anders, jouw intelligentie is te vergelijken met het hebben van twee verschillende schoenmaten. De ene voet heeft een veel grotere maat dan de andere, en dus kun je met je ene voet veel grotere stappen nemen dan met de andere. Dat maakt het lopen lastig!
Jij kunt bijv. dingen heel snel bedenken en goed vertellen, maar het ‘doen’ gaat je minder goed af. Dit kan best lastig zijn bij het werken op school.”.

Gerlinde Lassche, Fieke Oosterhuis, Tessa de Wild

« ga terug