Werkgeheugen

1 maart 2017

Dit is Daan. Daan zit in groep 5 en is 8 jaar. Hij weet veel van de natuur en heeft een brede belangstelling. Op school heeft hij echter veel moeite met de leervakken; zijn resultaten bij lezen en rekenen blijven steeds verder achter. De leerkracht ziet nog andere dingen die Daan lastig vindt. Zo raakt Daan snel de draad kwijt tijdens een instructie. Hij steekt vaak wel zijn hand op, maar als hij een beurt krijgt weet hij het antwoord niet of zit hij er naast. Wanneer hij aan het werk mag, gaat hij vaak vlot aan de slag, maar al snel raakt Daan afgeleid. Hij gaat vaak naar de wc, praat met andere kinderen en kijkt regelmatig in het rond. De leerkracht loopt dan meestal even langs om Daan verder te helpen. Het valt haar dan op dat Daan vaak niet direct kan zeggen waar hij gebleven was.

Wie kent Daan niet?
Bij zeer veel kinderen met slechte leerresultaten en problemen met aandacht en concentratie blijkt het onderliggende probleem een tekort in het werkgeheugen te zijn. Hierdoor ontstaan problemen met lange en ingewikkelde instructies en moeite met het bewerken van informatie wanneer tegelijkertijd andere informatie moet worden onthouden. De combinatie van verschillende mentale processen tijdens veel leeractiviteiten, zorgt voor overbelasting van het werkgeheugen. En dit zorgt weer voor verlies van informatie en het mislukken van de opdrachten.

Wat is werkgeheugen, hoe werkt het en wat kun je doen?

Werkgeheugen is het is het vermogen om informatie gedurende korte periodes vast te houden en te bewerken.
- Je werkgeheugen kan beter functioneren wanneer je informatie die je moet onthouden kunt koppelen aan wat je al weet (semantisch geheugen) of kunt linken aan een gebeurtenis (episodisch geheugen). Ook blijkt dat informatie uit het begin voordeel heeft (primacy effect), evenals de informatie aan het einde (recency effect). Het snelst wordt dus de informatie uit het middenstuk vergeten. Verder blijkt gesproken informatie voordeel te hebben boven gelezen, want deze ‘galmt vaak nog na’.
- Het werkgeheugen krijgt het extra lastig als er veel omgevingsgeluiden zijn, met name gepraat dat geen relatie met de instructie of de opdracht heeft. Constant geluid (stofzuiger, grasmaaier, od.) heeft daarentegen weinig negatief effect. Ook als je met twee dingen tegelijk bezig bent, gaat het functioneren van het werkgeheugen hard achteruit.

Wat kun je doen?
Herken de problemen van het werkgeheugen, zodat je weet waar je op moet letten bij een kind. Bekijk of er in je lesprogramma opdrachten zijn die een groot beroep op het werkgeheugen doen. Denk aan opdrachten met een buitensporige lengte. Als vuistregel geldt: kinderen < 10 jaar met een zwak werkgeheugen hebben moeite met opsommingen van 3 of meer items. Ook wanneer er onderwerpen aan bod komen die nieuw of betekenisloos zijn voor het kind en of wanneer er een beroep wordt gedaan op veeleisende mentale processen, moet je alert zijn. Pas je instructies en je opdrachten aan. Je kunt aanwijzingen opdelen in stukjes, instructies minder ingewikkeld gemaakt door taalgebruik te vereenvoudigen (woordkeuze en zinsbouw), weloverwogen herhaling op het juiste tijdstip en geheugensteuntjes of andere hulpmiddelen inzetten. Het is dan steeds belangrijk te bepalen wat het gewenste educatieve resultaat is, om te zorgen dat dit ook wordt bereikt mét aanpassingen.

Hoe pas je instructies en opdrachten dan aan?
- Beperk de hoeveelheid informatie door korte zinnen te gebruiken of door het aantal stappen in een instructie te beperken.
- Combineer verbale instructie met acties. Deze kunnen de bedoeling van de instructies verduidelijken en het kind kan zich mogelijk de acties en voorwerpen nog herinneren, als de verbale instructie al uit het geheugen verdwenen is.
- Zorg voor betekenisvolle en bekende inhoud door informatie te gebruiken die aansluit op aanwezige kennis (semantische geheugen) of het onderwerp van de taak vooraf te bespreken (voorkennis activeren).
- Herstructureer complexe taken: zet meervoudige taken om in een reeks enkelvoudige taken, waarbij het kind een deeltaak afrondt voordat het aanwijzingen krijgt voor de volgende stap. Accentueer subactiviteiten, bijvoorbeeld met een markeerstift, zodat het kind de voortgang kan bijhouden.
- Herhaal informatie en moedig ‘om herhaling vragen’ aan! Herhaal algemene mededelingen aan de klas, taakgerichte instructies en geef gedetailleerde aanwijzingen voor een bepaalde activiteit. Koppel een leerling met een zwak werkgeheugen aan een kind met een sterk geheugen.
- Reik geheugensteuntjes aan. Dit werkt alleen onder de juiste omstandigheden, zoals onmiddellijke
beschikbaarheid (schakelen naar iets verder weg kost (te)veel concentratie). Zorg dat het kind
ervaring met het geheugensteuntje heeft door ermee te laten oefenen bij activiteiten die niet veel
werkgeheugen kost. De leerkracht kan het gebruik ervan regelmatig voordoen.


Uit: De invloed van het werkgeheugen op het leren, Handelingsgerichte adviezen voor het basisonderwijs. Susan E. Gathercole & Tracy Alloway

« ga terug